Julius Caesar | tekst en regie Peter Verhelst

'Een proeve van een anatomie van de macht.' - Erwin Jans

Julius Caesar is de man die door zijn welsprekendheid de stem werd van de onderdrukten. Hij benoemt hun angsten, verwoordt gevoelens, geeft de dingen een naam. Hij is de leider van een gezamenlijke droom. Brutus herinnert zich niets meer en moet geholpen worden om zijn trauma's te overwinnen. Hij spreekt in visioenen. Wat er tussen de twee hoofdpersonen ontstaat, kan bezwaarlijk een dramatische dialoog genoemd worden. Het is een compositie met herhaling, spel met vraag en antwoord, een citatencollage van politieke redevoeringen… De tekst van Peter Verhelst, die daarnaast ook de scenografie en regie op zich nam, is niet narratief of dramatisch: het is een deconstructie is van macht, van geweld en het bijbehorende discours.

Op een sobere, minimale scenografie (Peter Verhelst) zien we drie mannen en een jongen in zwarte broek en met ontbloot bovenlijf. Julius Caesar (Aus Greidanus jr.) en Brutus (Kristof van Boven) zitten op de grond, hun lichamen voor een deel in elkaar verstrengeld. Een derde man, 'TrouwEerenVolk' genoemd (Paul Slangen) is altijd aanwezig en kijkt toe. Achteraan zit de jongen met een doedelzak. Rechts op het toneel ligt een dood paard. Links vooraan zit een vrouw (Irmine Remue) die 'moeder' wordt genoemd en die tijdens de voorstelling alleen schetsen maakt van de lichamen van Caesar en Brutus.

Bij het buitenlopen kan het publiek de schetsen zien uit deze en afgelopen voorstellingen. Nauwelijks van elkaar te onderscheiden lijven, anoniem, verstrengeld en lijdend. Net zoals de taal in de politieke citaten die worden gebruikt, en waarvan men achteraf kon vernemen dat ze uit de mond van de meest uiteenlopende politieke leiders kwamen; van Adolf Hitler, over Barack Obama tot Herman Van Rompuy.