Een lolita | tekst Bernard Dewulf | regie Julie van den Berghe

'Dat we kijken, vraagt ze, en dat doen we.' - NRC Handelsblad

Hij trouwde de moeder, terwijl hij dacht aan haar 12-jarige dochter. Wanneer moeder sterft, worden ze minnaars. Sinds Nabokov zijn schandaalroman Lolita schreef in 1955, is de term 'Lolita' uitgegroeid tot een archetype, synoniem voor een nog-net-niet-puberend, quasi-onschuldig meisje dat perfect weet hoe ze gelijk welke man rond haar vinger moet winden. Een lolita van schrijver Bernard Dewulf en regisseur Julie Van den Berghe is geen bewerking van de roman, maar hun versie van deze archetypische verboden liefde. De vorm is die van twee monologen die onlosmakelijk met elkaar vervlochten en verbonden zijn. Els Dottermans speelt een vrouw die terugkijkt op haar relatie als jong meisje met een oudere man. Frank Focketyn kijkt als oudere man terug de tijd die hij doorbracht met een jong meisje: 'Mijn leven heeft enkel maanden geduurd, de rest is omgevingsgeluid geweest'.

Veel bewerkingen zijn er van Lolita niet gemaakt. In zijn verhaalanalyse in Vrij Nederland naar aanleiding van de voorstelling, weet Marijn van der Jagt dat ook echtgenote Véra Nabokov zich zorgen maakte om de publieke corruptie van Nabokovs 'nimfijn' : 'Ik hoop dat iemand de tedere beschrijving opmerkt van de hulpeloosheid van dit kind, haar hopeloze afhankelijkheid van het monster HH en hoe hartveroverend dapper zij het hele boek door is.' Van der Jagt voegt daaraan toe dat de voorstelling Een lolita helpt om die onderbelichte waarheid omtrent Lolita opnieuw te zien.

Bernard Dewulf kreeg voor Een lolita de Taalunie Toneelschrijfprijs 2013.

Een paar persimpressies :

'Dewulfs tekst en Van den Berghes regie recupereren de zondige verhouding in een poëtische, dromerige trance. De set maakt er een film noir van, met fel wit licht en diepe schaduwen. Het spel is ijzersterk.' (Joost Ramaer, Theaterkrant)

'Er wringt niets. Dewulf is meer geïnteresseerd in zijn gezwollen dichterlijkheid dan in wat hen bezielt. (…) Els Dottermans tegen de vijftig, maakt er een voorstelling over haar ouder wordende lichaam van. Ze beklimt en berijdt tafels, bekijkt haar kont in de spiegel, steekt een bloot been omhoog en vraagt om onze goedkeuring, met een blik van beter weten. Dat we kijken, vraagt ze, en dat doen we.' (Ron Rijghard, NRC Handelsblad)